ECLI:NL:CRVB:2011:BT5848

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-2159 WVG
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening bestuursrechtelijke uitspraak wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoekster heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 april 2009, waarin haar hoger beroep tegen het College van burgemeester en wethouders van Enkhuizen was afgewezen.

De Raad heeft onderzocht of er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die recht geven op herziening volgens artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Verzoekster stelde dat zij nooit een geschikte woning had ontvangen en dat de eerdere uitspraak was gebaseerd op onjuiste en onvolledige gegevens.

De Raad oordeelde dat de aangevoerde feiten niet nieuw zijn in de zin van artikel 8:88 Awb Pro en dat het verzoek niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak of de juistheid van de uitspraak te voeren. Daarom werd het verzoek tot herziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

10/2159 WVG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het verzoek om herziening als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van:
[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 april 2009, 07/682,
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Enkhuizen (hierna: College)
Datum uitspraak: 28 september 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoekster heeft C.M.H. Hageraats verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 15 april 2009, 07/682, LJN BI1913.
Het College heeft een reactie ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juli 2011. Voor verzoekster is verschenen C.M.H. Hageraats. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door H. Mentink, werkzaam bij de gemeente Enkhuizen.
II. OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 8:88 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraken zouden hebben kunnen leiden.
2. In zijn uitspraak van 15 april 2009 heeft de Raad, oordelend op het hoger beroep van verzoekster, de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 11 januari 2007, 06/555, bevestigd.
3. De Raad ziet zich gesteld voor de beantwoording van de vraag of sprake is van door verzoeker aangevoerde nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb. De Raad overweegt als volgt.
3.1. Verzoekster voert aan dat het oordeel van de Raad in de uitspraak van 15 april 2009 is gebaseerd op onjuiste en onvolledige gegevens. Verzoekster stelt dat er in de periode in geding geen volledig aangepaste woningen waren en dat de gemeente Enkhuizen haar nooit een geschikte woning heeft aangeboden.
3.2. De Raad is van oordeel dat hetgeen verzoekster naar voren heeft gebracht niet is aan te merken als een feit of omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb. Voor zover verzoeker betoogt dat de beslissing vervat in de uitspraak van de Raad van 15 april 2009 onjuist is, wijst de Raad er verder nog op dat volgens zijn vaste rechtspraak het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen.
4. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van J. van Dam als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 september 2011.
(get.) H.J. de Mooij.
(get.) J. van Dam.
HD