ECLI:NL:CRVB:2011:BS1176
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- M.C. Bruning
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bezoldigingsaanpassing
Betrokkene, werkzaam als juridisch medewerker bij de gemeente Leidschendam-Voorburg, maakte bezwaar tegen een besluit van 7 januari 2009 waarin haar bezoldiging werd aangepast vanwege ziekteverzuim. Het bezwaar werd ingediend op 19 februari 2009, terwijl de gemeente het bezwaar wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaarde.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tijdig was ingediend omdat het besluit op 8 januari 2009 zou zijn verzonden, waardoor de termijn tot 19 februari liep. De gemeente ging in hoger beroep tegen dit oordeel en stelde dat het besluit op 7 januari was verzonden, waardoor de termijn op 18 februari eindigde.
De Raad overwoog dat de termijn voor het indienen van bezwaar zes weken bedraagt en begint de dag na verzending van het besluit. Vaststaat dat het besluit niet aangetekend is verzonden, maar wel ontvangen. De Raad acht aannemelijk dat het besluit op 7 januari 2009 is verzonden, conform de praktijk van de gemeente, en verwierp de stelling van betrokkene dat het op 8 januari verzonden zou zijn.
Daarom begon de termijn op 8 januari en eindigde op 18 februari 2009. Het bezwaar van betrokkene werd op 19 februari ingediend en is daarmee te laat. De Raad oordeelt dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en verklaart het beroep ongegrond. Tevens vernietigt de Raad het besluit van 12 juli 2010 dat op de eerdere uitspraak was gebaseerd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding van het bezwaarschrift.