ECLI:NL:CRVB:2011:BR6775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- W.F. Claessens
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens twijfel over hoofdverblijf ongegrond verklaard
Betrokkene ontving bijstand op grond van de WWB en gaf op dat hij bij zijn ouders woonde op een bepaald adres. Het College beëindigde en trok de bijstand in omdat zij meende dat betrokkene niet feitelijk op dat adres verbleef. Na onderzoek en bezwaar verklaarde de rechtbank het besluit van het College vernietigd wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing.
Het College ging in hoger beroep en stelde dat de onderzoeksrapporten en huisbezoeken voldoende bewijs boden dat betrokkene niet zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de onderzoeksbevindingen onvoldoende waren om dit standpunt te ondersteunen, mede omdat het huisbezoek plaatsvond na de relevante periode en de verklaringen niet duidelijk waren over de bewoningssituatie in die periode.
De Raad bevestigde dat de door betrokkene overgelegde verblijflijsten weliswaar twijfel opriepen, maar dat dit niet leidde tot de conclusie dat betrokkene niet op het adres verbleef. Het hoger beroep van het College werd afgewezen en het College werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het College wordt verworpen en het besluit tot intrekking van de bijstand blijft vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag.