ECLI:NL:CRVB:2011:BR5736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding met kind uit relatie
B. ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar na een anonieme melding startte de gemeente Purmerend een onderzoek naar de rechtmatigheid van deze bijstand. Uit het onderzoek bleek dat B. en T., die een kind samen hebben, vanaf 4 december 2007 een gezamenlijke huishouding voerden in dezelfde woning. De bijstand werd daarop ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank oordeelde echter dat geen sprake was van een gezamenlijke huishouding en vernietigde de besluiten tot intrekking en terugvordering. De Centrale Raad van Beroep stelde in hoger beroep vast dat de verklaring van B. en de waarnemingen van de sociale recherche wezen op een gezamenlijke huishouding. De Raad verwierp het verweer dat B. onder onaanvaardbare druk was gehoord en benadrukte dat de beschermende werking van artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is op deze bestuursrechtelijke procedure.
De Raad concludeerde dat de bijstand terecht was ingetrokken en teruggevorderd en vernietigde de uitspraken van de rechtbank. Het beroep van B. en T. werd ongegrond verklaard, en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De bijstand is terecht ingetrokken en teruggevorderd wegens gezamenlijke huishouding, en de beroepen van B. en T. worden ongegrond verklaard.