ECLI:NL:CRVB:2011:BR5559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens detentie zonder ambtshalve bijzondere bijstand
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd vanaf 26 augustus 2009 gedetineerd. Het College van burgemeester en wethouders van Haarlem trok de bijstand met ingang van die datum in wegens detentie en stopte de betaling van de huur.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, met name tegen het niet doorbetalen van de huur, maar de rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en niet-ontvankelijk waar het ging om de huurbetaling. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad benadrukt dat artikel 13 lid 1 aanhef Pro en onder a WWB imperatief is en dat het College niet ambtshalve hoeft te beoordelen of bijzondere bijstand voor huurbetaling tijdens detentie kan worden verleend. Appellant kon zelf een aanvraag bijzondere bijstand indienen. Verder is vastgesteld dat er geen sprake was van een acute noodsituatie die afwijking van de regels zou rechtvaardigen.
Het beroep van appellant op internationale mensenrechten en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wordt niet inhoudelijk behandeld wegens onvoldoende concreetheid. De Raad ziet geen reden om de eerdere uitspraak te wijzigen en bevestigt het besluit tot intrekking van de bijstand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens detentie wordt bevestigd en het College is niet verplicht ambtshalve bijzondere bijstand voor huurbetaling te verlenen.