ECLI:NL:CRVB:2011:BR5278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum arbeidsongeschiktheid bij PTSS van beroepsmilitair na uitzending Srebrenica
Appellant, een beroepsmilitair die betrokken was bij de gebeurtenissen in Srebrenica in 1995, ontwikkelde een post-traumatische stressstoornis (PTSS). Hij viel uit met psychische klachten op 29 oktober 2001. Het UWV had aanvankelijk zijn aanvraag voor een WAO-uitkering afgewezen met als eerste ziektedag 28 oktober 2002. De rechtbank Middelburg oordeelde dat appellant op 28 oktober 2002 arbeidsongeschikt was.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn arbeidsongeschiktheid eerder was ingetreden, vanaf 1996, vanwege herbeleving van traumatische ervaringen en ongeschiktheid voor een gevechtsfunctie. De Raad heropende het onderzoek en nam nieuwe rapportages in overweging, waaronder die van psychiater Offermans en forensisch psychiater Van Marle.
De Raad concludeerde dat appellant na terugkeer in Nederland zijn militaire werkzaamheden voortzette met slechts beperkt ziekteverzuim en dat de PTSS pas met ingang van 29 oktober 2001 heeft geleid tot blijvende arbeidsongeschiktheid. Ook het ziekteverzuim en de functiewijzigingen wijzen niet op eerdere arbeidsongeschiktheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wees het beroep tegen het UWV-besluit van 24 september 2010 af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid van appellant niet eerder dan 29 oktober 2001 is ingetreden.