ECLI:NL:CRVB:2011:BR5104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- W.F. Claessens
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens bezit woning in Marokko
Appellant, wonende in Nederland en ontvanger van AOW-pensioen, vroeg bijstand ter aanvulling op zijn uitkering. Het College wees de aanvraag af omdat appellant volgens een door hem ondertekende verklaring een woning bezit in Marokko. Appellant voerde aan dat hij niet goed Nederlands spreekt en dat de verklaring onjuist is, maar de Raad oordeelde dat de verklaring vrij en bewust was afgelegd zonder verzoek om tolk.
De Raad stelde vast dat appellant tegenstrijdige verklaringen gaf over het eigendom van de woning, en dat de overgelegde verklaring uit Marokko niet betrekking had op de relevante woning of periode. Het College mocht appellant houden aan zijn verklaring dat hij een woning bezit in Marokko.
Verder ligt de bewijslast bij appellant om aan te tonen dat de waarde van de woning geen belemmering vormt voor bijstand. Omdat appellant geen gegevens over de waarde aanleverde, mocht het College het recht op bijstand afwijzen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsuitkering wordt afgewezen omdat appellant een woning bezit in Marokko en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit bezit het recht op bijstand niet in de weg staat.