ECLI:NL:CRVB:2011:BR5046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht en boetenota’s correctie jaren 2003-2005 statutair directeur en bemiddelaar
Appellante betwistte de correctie- en boetenota’s van het Uwv over de jaren 2003 tot en met 2005 wegens het niet opgeven van loon voor twee personen: een statutair directeur en een bemiddelaar. De Raad oordeelde dat de statutair directeur tot 11 februari 2005 onder gezagsverhouding viel en dus verzekeringsplichtig was, maar vanaf die datum niet meer zonder zijn instemming ontslagen kon worden, waardoor de correctienota over 2005 onterecht was opgelegd.
Voor de bemiddelaar werd vastgesteld dat geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond, maar dat hij verplicht verzekerd was op grond van artikel 4, eerste lid onder c, van de Ziektewet, Werkloosheidswet en WAO, omdat hij geregeld en exclusief bemiddeling verrichtte voor appellante. De boetenota’s voor 2003 en 2004 werden bevestigd, maar die over 2005 werd vernietigd omdat de correctienota onterecht was.
Appellante voerde aan dat zij een pleitbaar standpunt had over de verzekeringsplicht, maar de Raad oordeelde dat zij onvoldoende informatie had ingewonnen bij het Uwv, wat noodzakelijk was. Het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten en moest het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze betrekking had op 2005.
Uitkomst: Correctienota en boetenota over 2005 vernietigd wegens onterechte verzekeringsplicht statutair directeur, verzekeringsplicht bemiddelaar bevestigd, Uwv veroordeeld in proceskosten.