ECLI:NL:CRVB:2011:BR4946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering zonder matiging of termijnoverschrijding
Appellant ontving bijstand vanaf oktober 2006, welke het College introk per augustus 2007 vanwege oncontroleerbare inkomsten. Het College vorderde vervolgens de onterecht ontvangen bijstand terug over de periode oktober 2006 tot juni 2007.
Appellant stelde in hoger beroep dat het recht op bijstand alsnog vastgesteld kon worden en dat er dringende of bijzondere omstandigheden waren om van terugvordering af te zien, onder meer gesteund op een medische verklaring. Tevens werd een overschrijding van de redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro aangevoerd.
De Raad oordeelde dat de intrekking onherroepelijk was en dat de terugvordering terecht was, mede vanwege onduidelijkheden over eigen stortingen van appellant. De medische omstandigheden werden niet als voldoende reden gezien om af te zien van terugvordering. Ook was geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de bijstandsuitkering en wijst het hoger beroep af.