ECLI:NL:CRVB:2011:BR3280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- M.I. ’ t-Hooft
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over toekenning persoonsgebonden budget en vervoerskostenvergoeding rolstoelbus
Appellante, een vrouw met een dwarslaesie, had een aanvraag ingediend voor een vergoeding van de meerkosten van de aanschaf en aanpassing van een rolstoelbus op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het College wees de aanvraag af en kende slechts een vervoerskostenvergoeding toe voor individueel rolstoeltaxivervoer, welke appellante betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van het College gegrond en vernietigde het besluit, waarbij het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het College handhaafde vervolgens de vergoeding voor rolstoeltaxivervoer en kende een persoonsgebonden budget toe voor een elektrische rolstoel en een plafondlift, maar stelde restricties aan de besteding van het budget.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College onvoldoende had gemotiveerd waarom de vergoeding werd berekend op basis van taxikosten in plaats van eigen autokosten, en dat het College onterecht voorwaarden stelde aan het persoonsgebonden budget. De Raad vernietigde het besluit van 21 oktober 2009 en beval het College binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 21 oktober 2009 wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.