ECLI:NL:CRVB:2011:BR2770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante viel op 3 oktober 2006 uit voor haar werk als electromonteur vanwege vermoeidheidsklachten en werd gedeeltelijk gereïntegreerd. Het UWV besloot op 4 september 2008 dat zij geen recht had op een WIA-uitkering. Dit bezwaar werd op 14 januari 2009 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de medische en arbeidskundige beoordelingen geen aanleiding gaven tot het aannemen van zwaardere beperkingen dan vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar gronden en overhandigde een neuropsychiatrisch rapport van 9 mei 2011, waarin een groter aantal beperkingen werd gesteld. De Raad oordeelde echter dat deze conclusies niet voldeden aan de wettelijke maatstaven en onvoldoende medisch objectief waren. De beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 13 augustus 2008, inclusief een urenbeperking tot 30 uur per week, werden als juist beoordeeld.
De Raad achtte de voorgehouden functies geschikt voor appellante en verwierp het beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd door de Centrale Raad van Beroep op 22 juli 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op een WIA-uitkering wordt ontzegd.