ECLI:NL:CRVB:2011:BR2737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- E.J.M. Heijs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar bij aanvraag bijstand wegens onredelijke termijn
Appellant diende een aanvraag om bijstand in en maakte bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing. Het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de aanvraag niet was ontvangen. De rechtbank vernietigde dit besluit en verklaarde het bezwaar ongegrond. In hoger beroep vernietigt de Raad het besluit van 30 oktober 2008 wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro omdat het College ten onrechte aannam dat het eerdere besluit ook betrekking had op de aanvraag van 30 juni 2006.
De Raad laat in het midden of de aanvraag van 30 juni 2006 daadwerkelijk is gedaan, maar oordeelt dat het bezwaar in oktober 2008 onredelijk laat is ingediend, meer dan 27 maanden na de aanvraag en 17 maanden na de uitspraak van de rechtbank. Hierdoor blijven de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
De Raad veroordeelt het College in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 juli 2011.
Uitkomst: Het bezwaar is gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand wegens onredelijk late indiening van het bezwaar.