ECLI:NL:CRVB:2011:BR2208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- E.J.M. Heijs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande ouder. Na een anonieme melding startte de gemeente Eindhoven een onderzoek naar haar woonsituatie, waarbij werd vastgesteld dat zij vanaf 1 december 2005 samenwoonde met een ander, E., zonder dit te melden. Het College trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de bijstandskosten terug over de periode van 1 december 2005 tot en met 31 oktober 2007.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, maar beperkte het geschil ten onrechte tot de periode tot 31 december 2006. De Raad oordeelde dat ook de periode tot 1 maart 2007 in geschil was en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Uit verklaringen van appellante en getuigen bleek dat sprake was van een gezamenlijke huishouding vanaf 1 december 2005, waarbij wederzijdse zorg werd verleend.
De Raad concludeerde dat het College terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard. Tevens werd het College veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellante in hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard wegens gezamenlijke huishouding vanaf 1 december 2005.