ECLI:NL:CRVB:2011:BR1159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering bijstandsverlaging wegens disproportionele maatregel bij weigering re-integratievoorziening
Appellanten ontvingen bijstand en weigerden deel te nemen aan een re-integratievoorziening bij SHD, waarop het College een verlaging van 100% van de bijstand voor drie maanden oplegde. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat de maatregel disproportioneel is.
De Raad stelt vast dat er geen sprake is van recidive of bijzondere omstandigheden die een verlaging van drie maanden rechtvaardigen. De relevante bepaling uit de verordening is in strijd met de wet en wordt buiten toepassing gelaten. De Raad herroept het besluit en legt een verlaging van 100% voor één maand op, passend bij een eerste verwijtbare gedraging.
Daarnaast veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellanten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Hiermee wordt een evenwichtige en proportionele sanctie toegepast binnen de wettelijke kaders.
Uitkomst: De bijstand van appellanten wordt met 100% verlaagd voor de duur van één maand in plaats van drie maanden.