ECLI:NL:CRVB:2011:BR1084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens ontbreken gezagsverhouding kantinemedewerker voetbalclub
Appellant verrichtte werkzaamheden als kantinemedewerker bij een voetbalclub en verzocht om een WW-uitkering na beëindiging van deze werkzaamheden. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant niet als werknemer kon worden beschouwd wegens het ontbreken van een gezagsverhouding tussen hem en de voetbalclub.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep vernietigde een eerdere uitspraak en gaf het UWV opdracht nader onderzoek te doen. Dit onderzoek bevestigde het ontbreken van een gezagsverhouding, waarbij werd vastgesteld dat de kantinemedewerkers vrijwillig en in overleg werden ingeroosterd, zonder aanwijzingsbevoegdheid of controle door de club.
Appellant stelde dat er wel sprake was van gezag en bood getuigen aan, maar de Raad verwierp dit bewijsaanbod wegens onvoldoende specificatie. De Raad concludeerde dat de werkzaamheden in een kleinschalige vrijwilligersomgeving plaatsvonden zonder aanwijzingen of controle, waardoor appellant niet als werknemer in de zin van de WW kan worden aangemerkt en de uitkering terecht is geweigerd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; appellant had geen gezagsverhouding en geen recht op WW-uitkering.