ECLI:NL:CRVB:2011:BR0764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand wegens onvoldoende verklaring kasstortingen
Appellante ontving bijstand sinds 1996 en werd onderzocht vanwege omvangrijke kasstortingen en opnamen op haar bank- en creditcardrekening. Het College trok haar bijstand in en vorderde terugbetaling wegens vermeende onrechtmatigheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante onvoldoende duidelijkheid gaf over haar financiële transacties.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden, maar dat het recht op bijstand over periode II wel kan worden vastgesteld. De kasstortingen in periode II moeten als inkomsten worden gerekend, maar het College kan de bijstand over deze periode herzien. Over periode I is het recht op bijstand niet vast te stellen vanwege de omvangrijke en onduidelijke kasstromen.
De Raad vernietigt het besluit van 30 juli 2008 voor zover het de intrekking en terugvordering over periode II betreft en beveelt het College een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand over periode II wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen.