ECLI:NL:CRVB:2011:BR0716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet opgegeven vermogen in onroerend goed
Betrokkenen ontvingen sinds 1992 bijstand, maar beschikten vanaf 1 juli 1997 over onroerend goed in Marokko met een waarde die de vrij te laten vermogensgrens overschreed. Zij hebben deze eigendom niet opgegeven aan appellant, het College van burgemeester en wethouders.
Na een onderzoek door de Nederlandse Ambassade en het kadaster in Marokko stelde appellant vast dat het onroerend goed op naam van betrokkene stond geregistreerd. Op basis hiervan werd de bijstand ingetrokken en de kosten van bijstand over de periode van 1 juli 1997 tot 14 maart 2007 teruggevorderd.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende bewijs, maar de Raad oordeelde in hoger beroep dat nieuw onderzoek en een verklaring van de Marokkaanse Service de la Conservation Foncière voldoende grondslag boden om het onroerend goed als vermogen van betrokkenen aan te merken. Betrokkenen slaagden er niet in het tegendeel aannemelijk te maken.
De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking en terugvordering, veroordeelde appellant in de proceskosten en wees het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad bevestigt de intrekking van bijstand en terugvordering wegens niet opgegeven onroerend goed als vermogen.