ECLI:NL:CRVB:2011:BR0613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verblijf langer dan vier weken buiten Nederland zonder zeer dringende redenen
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en verbleef van 12 december 2007 tot en met 29 januari 2008 in Kenia. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok de bijstand over de periode van 9 tot en met 29 januari 2008 in, omdat appellant langer dan vier weken aaneengesloten buiten Nederland verbleef, wat volgens artikel 13, eerste lid, aanhef en onder d, van de WWB het recht op bijstand uitsluit.
Appellant voerde aan dat hij vanwege de tijdelijke oorlogssituatie na de presidentsverkiezingen in Kenia niet eerder kon terugreizen en dat er zeer dringende redenen waren om bijstand te verlenen op grond van artikel 16, eerste lid, van de WWB. Hij overlegde een negatief reisadvies van de Nederlandse ambassade en stelde dat hij afhankelijk was van familie voor onderdak en voedsel.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake was van een acute noodsituatie die bijstand onvermijdelijk maakte. Het negatieve reisadvies dateerde van na de betreffende periode en er was geen bewijs van levensbedreiging. Bovendien kon appellant met een lening en familieondersteuning in zijn kosten voorzien.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.