ECLI:NL:CRVB:2011:BR0456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens feitelijk handelen BJZ bij pleegzorgvergoeding
Appellante vordert vergoeding van schade wegens het niet tijdig aanmelden bij een pleegzorginstelling door BJZ, waardoor zij geen pleegvergoeding ontving over de periode september 2005 tot oktober 2007. BJZ wees dit verzoek af omdat geen grond was voor achteraf toekennen van de vergoeding. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen de afwijzing.
De kinderrechter verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat BJZ niet had verzuimd een melding te doen. In hoger beroep stelt appellante dat zij onjuiste informatie van BJZ ontving over inschrijvingseisen, waardoor zij geen pleegzorg ontving. De Raad onderzoekt ambtshalve de ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de brief van 18 juni 2009.
De Raad oordeelt dat het schadeveroorzakende handelen van BJZ feitelijk is en niet het gevolg van een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. Hierdoor is het bezwaar niet ontvankelijk en is de bestuursrechter niet bevoegd. De burgerlijke rechter is bevoegd voor de schadevordering. De Raad vernietigt de uitspraak van de kinderrechter, verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van 10 maart 2010 en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelt de Raad BJZ in de proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding is niet-ontvankelijk verklaard omdat het schadeveroorzakende handelen feitelijk is en niet onder een besluit valt.