ECLI:NL:CRVB:2011:BR0131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving van maart 2004 tot september 2006 bijstand op grond van de WWB. Uit een onderzoek van de gemeente Apeldoorn bleek dat appellant mogelijk beschikte over een onbekend bankrekeningnummer waarop rente werd ontvangen, wat niet was gemeld. Het College trok daarom de bijstand over een deel van de periode in en vorderde de onterecht ontvangen bijstand terug wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellant voerde aan dat hij de inkomsten in 2005 mondeling had gemeld en dat hij de bovenwettelijke uitkering inmiddels had terugbetaald. Tevens stelde hij dat het College wegens dringende redenen geen maatregel had mogen opleggen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij tijdig melding had gedaan en dat hij zijn inlichtingenverplichting had geschonden. Ook was geen sprake van dringende redenen om af te zien van de maatregel. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.