ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8498
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.J.M. Heijs
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens onvoldoende informatie over criminele inkomsten partner
Appellante ontving vanaf 2003 bijstand samen met haar partner, die vanaf april 2007 in detentie verbleef. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de sociale recherche een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij werd vastgesteld dat de woning van appellante en haar partner luxe voorzieningen had die niet strookten met de bijstandsuitkering. Het College besloot daarop de bijstand met ingang van 1 april 2007 in te trekken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking gegrond wegens een motiveringsgebrek, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Appellante diende vervolgens een nieuwe aanvraag om algemene bijstand in, die werd afgewezen omdat zij geen relevante wijziging van omstandigheden had aangetoond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante onvoldoende informatie heeft verschaft over de aard en omvang van de criminele activiteiten van haar partner en de daaruit genoten inkomsten, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. De Raad bevestigt de intrekking van de bijstand en de afwijzing van de nieuwe aanvraag, waarbij de weigering van haar partner om te verklaren voor haar rekening komt.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd en de nieuwe aanvraag afgewezen wegens onvoldoende informatie en gebrek aan relevante wijziging van omstandigheden.