ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging mindering bijstand wegens door zus betaalde autokosten
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam waarbij een bedrag van €473,14 op zijn bijstand werd ingehouden. Dit bedrag omvatte de door zijn zus betaalde verzekeringspremie en motorrijtuigenbelasting voor zijn auto, naast de leasekosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat hoewel er sprake kan zijn van een reële schuld van appellant aan zijn zus, niet is aangetoond dat hieraan een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting verbonden is. Tevens is het vermogen van appellant niet relevant voor de vaststelling van het inkomen in het kader van de WWB.
De Raad bevestigde het oordeel dat de door de zus betaalde kosten als inkomen van appellant moeten worden aangemerkt en in mindering gebracht op de bijstandsnorm. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de mindering op de bijstand bevestigd.