ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting bij hennepkwekerij
Appellante ontving sinds 1995 bijstand en werd geconfronteerd met een intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 18 april 2005 tot 9 maart 2006, nadat de politie een hennepkwekerij aantrof in een schuur bij haar woning. Het College stelde dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van de kwekerij en legde een verlaging van de bijstand op.
Appellante voerde aan dat zij de schuur had verhuurd en geen kennis had van de kwekerij, maar de Raad oordeelde dat dit niet aannemelijk was gemaakt. De Raad stelde vast dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen, en dat de zogeheten zesmaandenjurisprudentie niet van toepassing was.
Verder wees de Raad het beroep op matiging van de terugvordering af, omdat intrekking en terugvordering een reparatoir karakter hebben. Ook de maatregel van verlaging van de bijstand met 30% werd bevestigd, waarbij geen dringende redenen voor afwijking werden gevonden.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraken van de rechtbank terecht waren en bevestigde deze, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking, terugvordering en verlaging van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting door appellante.