ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijzondere bijstand wegens onvoldoende motivering
Appellante diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor griffierecht en eigen bijdrage rechtsbijstand. Het College Rotterdam wees deze aanvraag af omdat appellante niet tijdig de gevraagde gegevens had verstrekt en geen opheldering gaf over een uitkering die op haar rekening was gestort maar bestemd was voor haar ex-echtgenoot.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde dat zij niet kon aangeven op welke periode de storting betrekking had en dat zij sinds mei 2008 bijstand ontvangt, waardoor de storting niet relevant zou zijn.
De Raad oordeelde dat hoewel appellante de inlichtingenverplichting had geschonden, het recht op bijzondere bijstand alsnog vastgesteld kan worden aan de hand van nader verkregen informatie. Het College had de benodigde gegevens zelf moeten opvragen bij het UWV, dat verplicht is deze te verstrekken.
Daarom is het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Het College wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen na het verkrijgen van de benodigde informatie van het UWV.
Uitkomst: Het besluit van het College tot afwijzing van de bijzondere bijstand wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.