ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onjuiste en onvolledige woonsituatiegegevens
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf op dat zij een kamer huurde in een driekamerflat. Bij een huisbezoek was zij niet aanwezig en de hoofdbewoonster kon slechts enkele persoonlijke bezittingen aanwijzen, terwijl essentiële zaken ontbraken. Het College wees de aanvraag af vanwege onvoldoende duidelijkheid over de woonsituatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep. Zij stelde dat de hoofdbewoonster niet goed op de hoogte was van haar bezittingen en dat er ten onrechte niet in een ruimte achter de kinderkamer was gekeken. Ook vond zij dat het College een nieuw huisbezoek had moeten afleggen met haar aanwezigheid.
De Raad oordeelde dat de woonplaats moet worden vastgesteld aan de hand van concrete feiten en dat de belanghebbende verplicht is juiste en volledige informatie te verstrekken. De Raad vond de verklaringen van appellante onvoldoende aannemelijk en stelde vast dat zij onjuiste dan wel onvolledige gegevens had verstrekt. Daarom was de afwijzing van de bijstandsaanvraag terecht en werd het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt terecht afgewezen vanwege onjuiste en onvolledige gegevens over de woonsituatie.