ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens vermogensoverschrijding op spaarrekening
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Uit een signaal van de belastingdienst kwam naar voren dat appellant een spaarrekening met een aanzienlijk saldo had, waarvan de herkomst onduidelijk was. Het Dagelijks Bestuur trok daarom de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij slechts beheerder was van de tegoeden op de spaarrekening en dat het teruggevorderde bedrag gematigd had moeten worden omdat het niet in verhouding zou staan tot de overschrijding van de vermogensgrens.
De Raad oordeelde dat het saldo op de rekening als vermogen van appellant wordt beschouwd tenzij hij met objectieve en verifieerbare gegevens het tegendeel aannemelijk maakt. Appellant slaagde hier niet in, ondanks het overleggen van verklaringen en schuldbekentenissen. De Raad vond ook geen aanleiding om het teruggevorderde bedrag te matigen, omdat de vermogensoverschrijding het gevolg was van een snel toenemend tegoed door veelvuldige kasstortingen waarvan de herkomst onduidelijk bleef.
Daarom bevestigde de Raad de aangevallen uitspraak en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.