ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA- en Ziektewetuitkeringen na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, meldde zich meerdere malen ziek met psychische en lichamelijke klachten. Na diverse medische onderzoeken en arbeidsdeskundige beoordelingen stelde het Uwv dat zij geschikt was voor ten minste één van de geduide functies en beëindigde haar WIA- en Ziektewetuitkeringen.
De rechtbank vernietigde het eerste besluit over de WIA-uitkering wegens overschatting van de belastbaarheid, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De daaropvolgende beroepen tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkeringen werden ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de medische en arbeidskundige rapportages, met name de deskundigenrapportage van zenuwarts Boeykens, en oordeelde dat er geen aanleiding was tot afwijking van deze conclusies.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar fysieke en psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat relevante informatie niet aan de deskundige was voorgelegd. De Raad verwierp deze bezwaren vanwege het ontbreken van medische onderbouwing en bijzondere omstandigheden.
De Raad bevestigde daarmee de aangevallen uitspraken en oordeelde dat de beëindiging van de uitkeringen terecht was. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA- en Ziektewetuitkeringen van appellante.