ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 1 november 2008
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het UWV om haar per 1 november 2008 geen WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep betwistte appellante onder meer dat een brief van 13 december 2007, genoemd in de rechtbankuitspraak, van een bepaalde arts afkomstig was en stelde zij dat haar beperkingen groter waren dan vastgesteld. Tevens bracht zij stukken in waaruit een toename van beperkingen per 1 juli 2009 zou blijken.
De Raad stelde vast dat de rechtbank abusievelijk een brief toeschreef aan een arts, terwijl deze van een natuurgeneeskundige praktijk was, maar verbond hieraan geen gevolgen. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank dat de medische beoordeling juist was en dat de toegenomen beperkingen pas na de peildatum van 1 november 2008 waren opgetreden.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering per 1 november 2008 wordt bevestigd.