ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- G. der Wiel
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en vaststelling arbeidsongeschiktheid zonder reformatio in peius
Betrokkene ontving een WAO-uitkering vanaf 16 januari 2006, aanvankelijk vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 55-65%. Na bezwaar en aanvullend onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 45-55%, wat ook leidde tot een herziening van de uitkering.
De rechtbank Amsterdam vernietigde het bestreden besluit voor zover het de periode vanaf 16 januari 2006 betrof, vanwege onvoldoende motivering door de bezwaarverzekeringsarts en onvolledige beoordeling van de psychische beperkingen. De Raad voor de Rechtspraak oordeelt echter dat de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig onderzoek heeft verricht en dat de medische en arbeidskundige grondslagen toereikend zijn gemotiveerd.
De Raad stelt dat er geen sprake is van reformatio in peius en dat de functies die aan betrokkene zijn voorgehouden medisch geschikt zijn. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.