ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens hennepkwekerij met onduidelijke aanvangsdatum
Appellant ontving bijstand sinds 2002 en werd op 20 december 2005 betrapt met een in werking zijnde hennepkwekerij in zijn woning. Het College heeft de bijstand ingetrokken en teruggevorderd over de periode van 15 maart 2005 tot 19 december 2005, gebaseerd op een schatting van vier hennepoogsten van 70 dagen door Eneco. Appellant betwistte de aanvangsdatum en stelde pas in juni 2005 met de kwekerij te zijn begonnen.
De Raad stelt vast dat het College zich uitsluitend baseerde op de schatting van Eneco, die onvoldoende onderbouwd is om van vier oogsten uit te gaan. De kwalificaties in het rapport zijn te vaag om de aanvangsdatum van 15 maart 2005 te rechtvaardigen. Appellant heeft onvoldoende bewijs geleverd om zijn stellingen te ondersteunen, waardoor het bewijsrisico bij hem blijft.
De Raad oordeelt dat het College bevoegd is de bijstand in te trekken, maar niet vanaf 15 maart 2005. Hierdoor ontbreekt een deugdelijke grondslag voor de terugvordering en de opgelegde maatregel over de genoemde periode. De Raad draagt het College op binnen zes weken de gebreken in het besluit te herstellen, met inachtneming van de overwegingen over de aanvangsdatum en de terugvordering.
Uitkomst: Het College moet de intrekking, terugvordering en maatregel herzien omdat de aanvangsdatum van de hennepkwekerij onvoldoende is onderbouwd.