ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens deugdelijke medische grondslag
Appellant verzocht om een WIA-uitkering, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd geweigerd per besluit van 30 november 2007. Het bezwaar van appellant werd eveneens ongegrond verklaard. De rechtbank Roermond bevestigde deze beslissing en oordeelde dat de medische advisering en het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en in overeenstemming met het Schattingsbesluit waren uitgevoerd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en voegde nieuwe medische informatie toe, waaronder een intakeverslag en adviezen van een medisch adviseur. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter volledig de overwegingen van de rechtbank en stelde vast dat de aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst een juist beeld geeft van de lichamelijke en psychische beperkingen.
De Raad zag geen noodzaak voor aanvullende neuroloogconsultaties gezien de uitgebreide medische informatie in het dossier en verwierp het door appellants schoondochter geschetste beeld van cognitieve problemen wegens gebrek aan objectieve bevestiging. Het hoger beroep werd dan ook ongegrond verklaard zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens een deugdelijke medische grondslag.