ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken wijziging omstandigheden bevestigd
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande en woonde volgens opgave op een adres te een plaats. Na een huisbezoek op 10 januari 2008 concludeerde appellant dat betrokkene niet daadwerkelijk op dat adres woonde, waarna de bijstand per die datum werd ingetrokken. Betrokkene diende op 18 maart 2008 een nieuwe aanvraag in, die op 6 mei 2008 werd afgewezen wegens het ontbreken van gewijzigde omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing gegrond en vernietigde het besluit, omdat appellant inconsistent had gehandeld door de aanvraag af te wijzen terwijl later bijstand werd verleend vanwege de verhuizing van betrokkens broer. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat alleen de periode tot 6 mei 2008 relevant was en dat betrokkene geen wijziging had aangetoond.
De Raad oordeelde dat betrokkene zijn inlichtingenplicht niet was nagekomen en dat het aan hem was om aan te tonen dat er gewijzigde omstandigheden waren. Omdat betrokkene dit niet had gedaan en verklaringen tegenstrijdig waren, werd de afwijzing terecht gehandhaafd. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens het ontbreken van gewijzigde omstandigheden wordt bevestigd.