ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuiste woonplaatsinformatie
Appellant ontving sinds 1998 bijstand als alleenstaande. Na een anonieme melding startte het College een onderzoek naar zijn woonplaats, waarbij een huisbezoek plaatsvond en appellant een verklaring aflegde. Op grond van deze bevindingen trok het College de bijstand in en vorderde het de kosten terug over een bepaalde periode.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat hij niet aan zijn verklaring gehouden kon worden omdat hij geen raadsman had tijdens het afleggen ervan, verwijzend naar het Salduz-arrest. De Raad verwierp dit verweer omdat het hier geen strafrechtelijke procedure betrof.
De Raad oordeelde dat appellant onjuiste informatie had verstrekt over zijn woonplaats, wat leidde tot onterecht ontvangen bijstand. De verklaring van appellant werd als vrijwillig en ondertekend beoordeeld, en de getuigenverklaring werd als onvoldoende betrouwbaar beschouwd. Het hoger beroep werd afgewezen en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.