ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde vaststelling uurtarief PGB voor huishoudelijke verzorging niveau 1
Appellanten maakten bezwaar tegen het door het College van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe vastgestelde uurtarief voor het persoonsgebonden budget (PGB) voor huishoudelijke verzorging niveau 1 (HV1). Het College had het PGB vastgesteld op basis van een fictief adviestarief dat niet langer door het College Tarieven Gezondheidszorg (CTG) werd vastgesteld. De rechtbank had het beroep van appellanten ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College onjuiste maatstaven heeft gehanteerd bij de vaststelling van het uurtarief, aangezien het CTG sinds 2007 geen tarieven meer vaststelt. De Raad stelt dat het uurtarief als uitgangspunt het tarief moet zijn waarvoor de gemeente huishoudelijke verzorging krachtens aanbesteding heeft gecontracteerd. Het College slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zorg van vergelijkbare kwaliteit kon worden ingekocht voor het toegekende PGB-tarief.
De Raad wijst ook op de schending van de keuzevrijheid tussen een voorziening in natura en een PGB zoals neergelegd in artikel 6 van Pro de Wmo, omdat het toegekende PGB niet toereikend is om HV1 bij een instantie in te kopen. Het besluit van 29 mei 2008 wordt daarom vernietigd wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht en de Wmo. Het College wordt opgedragen het besluit binnen zes weken te herstellen.
Uitkomst: Het besluit over het PGB-uurtarief voor huishoudelijke verzorging niveau 1 wordt vernietigd en het College wordt opgedragen het besluit binnen zes weken te herstellen.