ECLI:NL:CRVB:2009:BK4603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.C.P. Venema
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en beoordeling uurtarief persoonsgebonden budget huishoudelijke verzorging
Appellante heeft op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een persoonsgebonden budget (pgb) voor huishoudelijke verzorging aangevraagd. Het College kende haar een budget toe op basis van een uurtarief van € 10,87, later verhoogd tot € 12,20. Appellante stelde dat dit tarief te laag was om kwalitatief goede zorg in te kopen, mede vanwege hogere kosten voor freelancers.
De rechtbank vernietigde een eerder besluit van het College wegens onvoldoende urenindicatie, maar handhaafde het uurtarief. Het College stelde vervolgens een nieuw besluit vast met 8,5 uur per week huishoudelijke verzorging, maar handhaafde het tarief. Appellante ging in hoger beroep tegen het tarief.
De Raad oordeelt dat het College ten onrechte een korting van 25% toepaste op het gecontracteerde uurtarief van € 14,50 vanwege overheadkosten, en dat het tarief van € 10,87 respectievelijk € 12,20 onvoldoende gemotiveerd is. Het College moet een nieuw besluit nemen dat voldoet aan de compensatieplicht uit de Wmo en de Awb. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit over het uurtarief van het persoonsgebonden budget wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen met een deugdelijke motivering.