ECLI:NL:CRVB:2011:BP9520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over omvang hulp bij huishouden volgens Wmo-normering
Appellant, een alleenstaande geboren in 1933, ontving een persoonsgebonden budget voor hulp bij huishouden. Na een herindicatie wees het College een lager aantal uren toe dan appellant vorderde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het College het Protocol Huishoudelijke Verzorging (PHV) als maatstaf hanteerde.
In hoger beroep stelde appellant dat de normtijden onvoldoende rekening hielden met zijn grote woning. De Raad oordeelde dat het College onterecht het PHV als maatstaf gebruikte in plaats van de normtijden uit het gemeentelijke Verstrekkingenbeleid. De Raad vernietigde het besluit en stelde zelf vast dat 4 uur per week hulp bij huishouden passend is, mede omdat appellant een extra kamer als logeerkamer gebruikt.
De Raad benadrukte dat het College een compensatieplicht heeft op grond van de Wmo en dat maatwerk vereist is. Ook veroordeelde de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Hiermee is de omvang van de hulp bij huishouden voor de betreffende periode vastgesteld op 4 uur per week.
Uitkomst: Het besluit van het College wordt vernietigd en de omvang van hulp bij huishouden vastgesteld op 4 uur per week.