ECLI:NL:CRVB:2011:BP8934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens niet vervulde wachttijd arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht het UWV om een beslissing over zijn aanspraak op ziekengeld en een WAO-uitkering over de periode 1991-1992. Het UWV weigerde deze uitkeringen met het argument dat appellant niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt zou zijn geweest en dat het verzoek om ziekengeld neerkwam op een terugkomen op een rechtens onaantastbaar besluit. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Raad vernietigde eerdere uitspraken en gaf het UWV opdracht een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep bevestigde de Raad het standpunt dat het ontbreken van aanspraak op ziekengeld geen zelfstandige of doorslaggevende rol mag spelen bij de beoordeling van de wachttijd voor de WAO. De bezwaarverzekeringsarts beoordeelde de klachten die consistent waren en bekend in Nederland, zoals hoofdpijn en duizeligheid, en concludeerde dat deze geen reden geven voor arbeidsongeschiktheid. De Raad onderschreef dit oordeel en vernietigde het besluit van 27 februari 2008, waarbij de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van deze zaak is overschreden, zowel in de bestuurlijke als rechterlijke fase. Het onderzoek wordt heropend om een nadere uitspraak te doen over een schadevergoeding wegens deze overschrijding, waarbij ook de Staat der Nederlanden als partij wordt betrokken. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 maart 2011, waarbij de Raad het belang van een zelfstandige beoordeling van de wachttijd benadrukt en de procedurele rechten van appellant beschermt.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd, het besluit over ziekengeld bevestigd en het onderzoek heropend voor schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.