ECLI:NL:CRVB:2011:BP8852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- E.J.M. Heijs
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens onjuiste opgave woonsituatie
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok de bijstand in per 12 juli 2007 wegens het verstrekken van onjuiste informatie over zijn woonadres. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad baseert zich op het onderzoek van de Dienst Werk en Inkomen (DWI), waaronder een gesprek met appellant en een huisbezoek op 12 juli 2007. Daarbij werden weinig persoonlijke spullen aangetroffen en verklaarde appellant slechts incidenteel in zijn woning te verblijven. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat appellant zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres.
Appellant voerde aan dat hij wel zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres en dat hij ook bij zijn moeder verbleef, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. De Raad oordeelt dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens onjuiste opgave van de woonsituatie wordt bevestigd.