ECLI:NL:CRVB:2011:BP8612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor opleveringskosten bij beëindiging huurwoning
Appellant, die sinds november 2006 in een verzorgingstehuis verblijft, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van oplevering van zijn huurwoning na beëindiging van de huur. Het College wees de aanvraag af omdat de kosten niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan worden gerekend en er geen bijzondere omstandigheden waren.
De rechtbank vernietigde het besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen, oordeelde dat de herstelkosten noodzakelijk waren vanwege de huurovereenkomst en dat artikel 14 WWB Pro toekenning van bijstand in de weg stond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat de kosten niet als schade in de zin van artikel 14 WWB Pro kunnen worden aangemerkt, maar dat het gaat om incidenteel voorkomende algemene noodzakelijke kosten die iedere huurder bij beëindiging van de huur maakt. Deze dienen uit het inkomen te worden bestreden. De medische indicatie voor verhuizing, de hoogte en het tijdstip van de kosten vormen geen bijzondere omstandigheden.
De Raad bevestigt daarom de afwijzing van bijzondere bijstand en veroordeelt het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor de opleveringskosten van de huurwoning wordt bevestigd.