ECLI:NL:CRVB:2011:BP8494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing late Wajong-uitkering wegens ontbreken bijzonder geval
Appellante verzocht om een Wajong-uitkering per 14 oktober 2007, maar diende de aanvraag pas op 14 oktober 2008 in. Het UWV wees het verzoek af omdat geen sprake was van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Wajong, dat een latere ingangsdatum zou rechtvaardigen.
Appellante stelde dat zij niet eerder een aanvraag kon indienen omdat haar beperkingen zich toen nog niet duidelijk manifesteerden. De Raad overwoog dat onbekendheid met de Wajong of de aanvraagmogelijkheid geen bijzonder geval vormt. Ook was er geen sprake van psychotische of schizofrene stoornissen die een late aanvraag zouden rechtvaardigen.
Het UWV wees erop dat appellante wel in staat was een opleiding te volgen, andere uitkeringen aan te vragen en te werken, wat duidt op het ontbreken van bijzondere omstandigheden. De Raad vond geen reden om het standpunt van het UWV te verwerpen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Groningen die het beroep ongegrond verklaarde.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de late Wajong-aanvraag bevestigd.