ECLI:NL:CRVB:2011:BP8130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.N.A. Bootsma
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellant vroeg bijstand aan na het ontvangen van een WW-uitkering. Het College van burgemeester en wethouders van Groningen wees de aanvraag af omdat appellant een gezamenlijke huishouding zou voeren met zijn ex-partner. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard, waarbij het College stelde dat appellant onvoldoende informatie over zijn woonsituatie had verstrekt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het College ten onrechte had geoordeeld dat hij zijn inlichtingenplicht had geschonden. De Raad overwoog dat de beoordelingsperiode liep van de datum van aanvraag tot het primaire besluit. Uit eerdere uitspraken bleek dat appellant en zijn ex-partner in die periode een gezamenlijke huishouding voerden, waardoor appellant geen zelfstandig recht op bijstand had.
De Raad stelde echter vast dat het besluit van het College was gebaseerd op een ondeugdelijke motivering omdat het uitblijven van informatie ten onrechte werd gezien als schending van de inlichtingenplicht. Daarom werd het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand vanwege de gezamenlijke huishouding. Het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van 7 december 2007 wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege gezamenlijke huishouding.