ECLI:NL:CRVB:2011:BP8126

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/6351 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering herziening besluit strafontslag uit 2000

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch die het besluit van 14 juli 2008 bevestigde, waarbij de weigering tot herziening van het besluit van 25 mei 2000 inzake strafontslag werd gehandhaafd.

De Raad voor de Rechtspraak heeft het onderzoek ter zitting verricht op 3 februari 2011, waarbij appellant niet aanwezig was. De Raad sluit zich aan bij de rechtbank dat de juiste toetsingsmaatstaf is toegepast en dat het besluit van 14 juli 2008 in stand kan blijven.

De door appellant ingebrachte gegevens in hoger beroep werpen geen nieuw licht op de zaak, omdat niet blijkt dat de arbeidsdeskundige beoordeling betrekking heeft op de situatie van appellant in 2000 die aanleiding gaf tot het strafontslag. De Raad wijst ook een verzoek om vergoeding van proceskosten af.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de aangevallen uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot herziening van het strafontslagbesluit wordt bevestigd.

Uitspraak

09/6351 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 26 oktober 2009, 08/2787 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Minister van Veiligheid en Justitie (hierna: minister)
Datum uitspraak: 17 maart 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 februari 2011. Appellant is niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J. Verhagen, werkzaam bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een uitvoerige en volledige weergave van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.
2.1. De Raad is van oordeel dat de rechtbank met de juiste toetsingsmaatstaf heeft geoordeeld over de houdbaarheid in rechte van het besluit van 14 juli 2008, waarbij is gehandhaafd de weigering om het besluit van 25 mei 2000 te herzien. De Raad sluit zich vervolgens ook aan bij de overwegingen van de rechtbank en haar oordeel dat het besluit van 14 juli 2008 in rechte stand kan houden.
2.2. De door appellant in hoger beroep ingezonden gegevens werpen geen nieuw licht op de zaak, omdat niet blijkt dat de beoordeling van de arbeidsdeskundige betrekking heeft op de situatie van appellant in 2000, die aanleiding vormde voor het verlenen van strafontslag.
3. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking en er is geen grond om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en M.C. Bruning en F.J.L. Pennings als leden, in tegenwoordigheid van I. Mos als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2011.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
(get.) I. Mos.
HD