ECLI:NL:CRVB:2011:BP8047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening besluit beëindiging recht op ziekengeld
Appellante, voormalig administratief medewerkster, meldde zich ziek met psychische klachten en huidproblemen. Haar tijdelijke dienstverband eindigde in juli 2006. Het Uwv beëindigde op 10 november 2006 haar recht op ziekengeld, omdat zij niet langer arbeidsongeschikt werd geacht. Appellante maakte geen bezwaar tegen dit besluit, maar vroeg later om herziening. Dit verzoek werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. Zij voerde aan dat haar klachten al langer bestonden en waren verergerd, en dat het onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende zorgvuldig was. Tevens stelde zij dat het Uwv onvoldoende had gedaan om informatie bij haar huisarts te verkrijgen.
De Raad oordeelde dat het oorspronkelijke besluit rechtsgeldig vaststaat en dat het Uwv het verzoek tot herziening terecht heeft afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb Pro. Het medische onderzoek was zorgvuldig en er waren geen nieuwe objectiveerbare medische gegevens die aanleiding gaven tot herziening. Ook de aanvullende verklaring van een Indiase dermatoloog bood geen nieuwe inzichten. Het beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot beëindiging van het recht op ziekengeld blijft in stand.