ECLI:NL:CRVB:2011:BP7536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking, herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd geconfronteerd met een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Zoetermeer tot intrekking, herziening en terugvordering van bijstand over diverse perioden in 2005 en 2006. Dit besluit was gebaseerd op het feit dat appellant twee bankrekeningen bij de Rabobank niet had gemeld, waardoor hij volgens het College beschikte over vermogen boven de vermogensgrens.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en voerde onder meer aan dat hij de bankrekening niet hoefde te melden omdat het geld bestemd was voor een oogoperatie van zijn zoon, en dat het College ten onrechte was uitgegaan van de norm voor een alleenstaande in plaats van een alleenstaande ouder.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden omdat hij de bankrekeningen en saldi niet had gemeld, ongeacht het beoogde gebruik van het geld. Tevens was de wijziging van de bijstandsnorm terecht toegepast omdat de zoon van appellant op 27 oktober 2004 meerderjarig werd. Het College was bevoegd de bijstand over de genoemde perioden in te trekken, te herzien en terug te vorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking, herziening en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.