ECLI:NL:CRVB:2011:BP7467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant, werkzaam als algemeen schoonmaakmedewerker, viel uit op 19 oktober 2006 vanwege pijnklachten in rug, nek en heupen. Bij de beoordeling van zijn WIA-uitkeringsaanvraag concludeerde de verzekeringsarts op 4 augustus 2008 dat appellant beperkingen had door de ziekte van Bechterew, vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De arbeidsdeskundige berekende het verlies aan verdienvermogen op minder dan 35%, waarna het UWV op 3 september 2008 besloot geen recht op WIA-uitkering toe te kennen.
In de bezwaarprocedure bevestigden de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige dit oordeel. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de arbeidskundige beoordeling adequaat was gemotiveerd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet was uitgenodigd voor de zitting en dat zijn beperkingen groter waren dan vastgesteld. De Raad stelde vast dat de uitnodiging correct was verzonden en handhaafde het oordeel van de rechtbank. De medische en arbeidskundige grondslagen werden als juist beoordeeld, mede omdat appellant geen nieuwe medische informatie had overgelegd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.