ECLI:NL:CRVB:2011:BP7037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.P.J. Goorden
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens andere ziekteoorzaak dan silicose
Appellant, voormalig mijnwerker en fabrieksarbeider, ontving sinds 1976 een WAO-uitkering wegens allergisch eczeem. In 2001 verzocht hij om ophoging van zijn uitkering vanwege vermeende verslechtering door silicose en maagproblemen. Het UWV weigerde dit verzoek omdat de toegenomen arbeidsongeschiktheid volgens medisch onderzoek niet door silicose werd veroorzaakt.
De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep lieten zich leiden door het rapport van een onafhankelijke longarts, Van der Heijden, die op basis van medische gegevens en aanvullende onderzoeken concludeerde dat appellant niet aan silicose lijdt, maar eerder aan COPD. Appellant voerde aan dat andere medische verklaringen wel silicose aantonen, maar deze werden door de deskundige beoordeeld en niet overtuigend bevonden.
De Raad oordeelde dat het oordeel van de onafhankelijke deskundige gevolgd moet worden, omdat het onderzoek volledig en zorgvuldig was en de tegenstrijdige medische verklaringen onvoldoende waren om het oordeel te wijzigen. Het hoger beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te herzien wegens het ontbreken van silicose als oorzaak van de toegenomen arbeidsongeschiktheid.