ECLI:NL:CRVB:2011:BP6499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.P.J. Goorden
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek kwijtschelding restantschuld UWV wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant verzocht het UWV om kwijtschelding van een restantschuld van circa €53.000,- vanwege teveel ontvangen uitkeringen en toeslagen. Het UWV wees dit verzoek af op grond van het beleid dat bij fraude pas kwijtschelding kan worden overwogen indien minimaal 50% van de schuld is terugbetaald en gedurende vijf jaar volledig aan de betalingsverplichting is voldaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant stelde in hoger beroep dat de lange duur van de aflossing, onmogelijkheid tot aflossing van de helft van de schuld, voortdurende fysieke en psychische belasting en verslechterde medische situatie bijzondere omstandigheden vormden om van het beleid af te wijken.
De Raad oordeelde dat het verzoek geen herhaalde aanvraag was en dat het UWV het standpunt in redelijkheid kon innemen dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren. Leeftijd, schuldhoogte en lange invorderingsduur zijn volgens de Raad bij het beleid betrokken en appellant bracht geen nieuwe medische gegevens in die een wezenlijke verslechtering aantonen.
Daarom bevestigde de Raad de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 maart 2011.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding van de restantschuld wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.