ECLI:NL:CRVB:2011:BP5662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en ontbreken administratie autotransacties
Appellanten ontvingen vanaf 15 november 2003 bijstand op grond van de WWB, berekend naar de norm voor gehuwden. Na een melding van scheiding stelde het College een onderzoek in waaruit bleek dat appellant meerdere kentekens van auto’s op zijn naam had zonder dit te melden aan de Bestuurscommissie.
De Bestuurscommissie herzag de bijstandsbesluiten over diverse perioden en vorderde een bedrag van €27.637,80 terug wegens vermogen boven de vrijlatingsgrens. Na bezwaar werd dit bedrag verminderd tot €14.140,80 en werd de intrekking van bijstand over transactiemaanden gehandhaafd vanwege schending van de inlichtingenplicht en het ontbreken van een administratie van de koop en verkoop van auto’s.
De rechtbank wees de beroepen van appellanten af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad stelde vast dat appellant meerdere kentekens op zijn naam had gehad, waarvan een deel werd geëxporteerd, verkocht of gesloopt. Ondanks stellingen van appellant over morele verplichtingen en meldingen aan de Sociale Dienst, werd geoordeeld dat het bezit en de transacties niet waren gemeld en dat het recht op bijstand daardoor niet kon worden vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen conform de WWB en dat appellanten geen dringende redenen hadden aangetoond om van terugvordering af te zien. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht en het ontbreken van een administratie van autotransacties.