ECLI:NL:CRVB:2011:BP2690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verrekening fictieve kermisinkomsten bij bijstandsuitkering
Betrokkene ontving sinds 1996 bijstand op grond van de WWB. In 2006 en 2007 werd vastgesteld dat betrokkene onregelmatig werkte op de kermis zonder dit te melden. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem herzag de bijstand en verrekende fictieve inkomsten over deze periode.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond voor de verrekening over 2007, omdat het college niet tijdig had gehandeld en betrokkene niet had geïnformeerd over de gevolgen van het niet melden van werkzaamheden. Het college stelde hoger beroep in tegen dit oordeel.
De Raad oordeelde dat artikel 58, derde lid, WWB alleen ziet op verrekening van daadwerkelijk ontvangen middelen, niet op fictieve inkomsten. Het college had zich ten onrechte bevoegd geacht deze fictieve inkomsten te verrekenen. Daarom vernietigde de Raad het besluit over 2007 en droeg het college op binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
Deze tussenuitspraak schept duidelijkheid over de toepassing van artikel 58 WWB Pro en benadrukt het belang van correcte bevoegdheidsuitoefening bij verrekening van bijstand.
Uitkomst: De verrekening van fictieve kermisinkomsten over 2007 wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.