ECLI:NL:CRVB:2011:BP2637
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verstrekken verblijfplaatsgegevens
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en was adresloos met een briefadres. Het College verzocht hem zijn feitelijke verblijfplaatsen van de afgelopen drie maanden op te geven via een inlichtingenformulier. Appellant verstrekte aanvankelijk geen bruikbare informatie, waarna het College het recht op bijstand opschortte en later introk.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en deels ongegrond. Appellant ging in hoger beroep tegen het oordeel dat het bezwaar tegen de opschorting en de intrekking ongegrond waren.
De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenplicht niet was nagekomen omdat hij geen controleerbare verblijfplaatsgegevens had verstrekt, ondanks telefonische uitleg. De verstrekte informatie was te summier en niet inzichtelijk wanneer hij op welke plaatsen verbleef. Dit verzuim was hem te verwijten. Het College had daarom terecht het recht op bijstand opgeschort en ingetrokken.
De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet verstrekken van controleerbare verblijfplaatsgegevens wordt bevestigd.